Rob Mientjes
Rob Mientjes is Functioneel Beheerder bij Dienst Mediavoorzieningen, Fontys Hogescholen te Eindhoven.
Interesses: schrijven en andere muzen
Profiel:
Informatieprofessional, adviseur en voorlichter.
Bruggenbouwer, veranderingsgezind en innovatief.
Creatieve duizendpoot met focus op schriftelijke communicatie.
Motto: Imagination is AS important AS knowledge
Rob (alias Mien) schrijft columns op: www.columnx.nl
Een overzicht is te vinden op: www.tinyurl.com/miencolumns
Website: Mienweblog
Twitter: robmientjes
Ik hang met mijn neus boven het toetsenbord. Gedachten sluimeren. Naarstig zoek ik naar juiste woorden. Ergens in een vage zone tussen neus en kruin komt alles bij elkaar. Een klein concept ontluikt, vlak bij mijn hersenstam. Het dringt zich op naar voren. Komt mij langzaam onder ogen. De boodschap krijgt vorm en maakt contact. Nu nog even woorden husselen. Het beeldhouwen in letters kan beginnen.
In het beeldscherm tegenover mij ligt een wit word-vel. Het wacht ongeduldig op vervulling. Nerveus zoeken ogen en vingers de juiste combinatie op het toetsenbord. De H is het eerst de pineut en ik hamer op zijn kop. Amechtig trilt het plastic dopje met metalen tong naar beneden. Zoekt contact met onderliggend ijzer. Mijn aanslag zet een verbinding in gang. Een kruisbestuiving tussen een verticale en horizontale lijn. Haaks contact, hoe is het mogelijk.
Lees verder…
Communicatie is een toverwoord en schept verwachting. Goede communicatie dient als informatie-elixer, gebracht in heldere taal, just in time, just in place en op waarde geschat. Het geeft voeding, waardering en erkenning. Duidelijke communicatie is een kostbaar goed. Zowel voor zender als ontvanger. Ook de klant is gebaat bij goede communicatie.
De Grieken wisten de waarde van communicatie goed in te schatten. Zowel in het dagelijkse leven als in de politieke arena werd volop gecommuniceerd en geredetwist. Sterke redevoeringen met onheuse informatie werden soms verheven boven de waarheid. In helder taalgebruik won het woord van de rede.
Lees verder…
Een nieuwe sport is verschenen aan het firmament. Het zogenaamde klanten rollen. Deze nieuwe tak van sport is zo populair dat het nu al verschillende toepassingen kent. Zoals het klanten rollen op ooghoogte en het klanten rollen op broekzakniveau. Het werkterrein van klantenrollers spitst zich vooral toe op supermarkten. Het is nog onduidelijk of deze nieuwe sport het predicaat denksport of gevechtsport krijgt. Eén ding is zeker. Het draagt de nodige risico’s met zich mee.
Lees verder…
Er zijn klanten in diverse soorten en mate. Een klant is meestal een afnemer van een product of dienst van een leverancier. Daar staat een vorm van betaling tegenover. De leverancier wil graag geld verdienen, is voor zijn inkomsten van de klant afhankelijk. Hij zal daarom altijd proberen zijn klanten te vrede te stellen. Maar hoe zit dat nu met bajesklanten. Worden zij ook door de leverancier gekieteld? En levert dat kietelen nog iets op?
Lees verder…
Maand na maand sta ik okselfris uit alle hoeken van de kamer tevergeefs te geuren en te pronken. Heel af en toe krijg ik bezoek. Dan word ik met strenge blik van top tot teen gekeurd. Vanuit alle hoeken en gaten verwacht men onraad. Maar ik laat me niet kennen. Zet mijn beste beentje voort. Ook al heb ik een groot bord voor mijn kop. Ik ga er voor. Desnoods voor bodemprijzen.
Mijn baasje is de wanhoop nabij. Angstzweet breekt hem regelmatig uit. Dagelijks leest hij alle kranten. Dat helpt niet echt. Vooral het financiële nieuws wordt zwaar verteerd. Ik zou mijn baasje graag willen helpen. Maar ijsberend loopt hij dwars door me heen. Vloekend en tierend, trap op trap af. Uit gif en om de tijd te doden kliedert hij me regelmatig onder met groene zeep en ammoniak. Zodat het eeuwig in mijn oksels fris blijft ruiken.
Lees verder…
Brillen optakelen, broeken afstropen, blazen ledigen, nadruppelen, afslaan, droogkuisen, handjes wassen, we hebben het er maar druk mee. Dat er dan ook nog eens mensen boeken kunnen lezen op een toilet vind ik knap. Ik kom niet verder dan verjaardagkalender spotten of tegeltjes turen. Steevast heb ik daarna een dweil nodig. Gelukkig ben ik in het bezit van een multifunctionele pleeborstel. Je weet wel zo’n ijzeren standaard met reserverol, stoffer en blik en wegwerpdweil.
Lezen op het toilet beperkt zich bij mij tot het doorbladeren van alle kalendermaanden. Zo zie ik erop toe dat ik niemand zijn verjaardag vergeet. Intussen staan er al behoorlijk wat fossiele namen op mijn kalender. Een verjaardagkalender is het meest verwaarloosde datadocument dat onze informatiemaatschappij de laatste jaren aanschouwd heeft. Maar op mij heeft het nog altijd een uitnodigende werking. Ik moet er eenvoudigweg altijd mijn naam op vermelden. Ik ben een kalenderneuroot.
Mijn naam is al op heel wat toiletkalenders vereeuwigd, inclusief adres. En toch … ik krijg maar weinig verjaardagskaartjes. Die worden tegenwoordig alleen nog maar online verzonden. Dat brengt mij op een idee. Een digitaal toilet. Dat heeft nog niemand bedacht. Ik ga onmiddellijk patent aanvragen. Verbazingwekkend dat in het huidige digitale tijdperk het toilet is overgeslagen. Een gat in de markt. Plas- en poeptijd kan namelijk economisch veel beter besteed worden. Ik zie de vele toepassingen al voor me.
Mijn toekomstig digitaal toilet biedt supersnelle wireless verbinding met alle andere ruimten in het huis. In geval van nood kan op die manier te aller tijden digitaal een oproep gedaan worden voor ontbrekend toiletpapier. Onder de toilettegels is de nodige software geïnstalleerd. Waaronder een elektronische toiletkalender met geavanceerde software. Door een druk op de tegel wordt het internet afgestruind naar hippe verjaardagsgadgets die ik vervolgens direct kan versturen.
Ook bankzaken handel ik voortaan af op het toilet want daarvan raak ik sowieso aan de schijterij. Een druk op de tegel geeft mij meteen webcam-verbinding met mijn contactpersoon. Ik vertel hem dat het geld van zijn bank stinkt. Hij ontkent. Vervolgens vraag ik hem vriendelijk de geursensor op zijn webcam te activeren. Plots verdwijnt mijn contactpersoon uit beeld.
Tot slot mogen flatscreen en een Wii niet ontbreken op het toilet. Tennis- en golfbewegingen werken op mij laxerend. Ook het digitaal bedienen van een snelle bolide binnen een Formule 1 setting leidt bij mij spontaan tot racekak. Wat een verademing en wat een lucht. Leve het digitale schijtperk. Ik trek door en check nog even mijn uiterlijk in de digitale spiegel. De warme spiegel herkent onmiddellijk mijn gezicht en gaat opzoek naar het actuele weerbericht en mijn agenda. Het scherm toont de volgende berichten: Paraplu niet nodig. Vanochtend geen afspraken. Vanmiddag toiletpapier halen.
‘Nummer 666!’
Blikken kruisen elkaar. Een reactie blijft uit.
‘Heeft iemand nummertje 666?’
‘Eh … 666 …, ja ik …, ben ik dan al aan de beurt?’
‘Wat mag het voor u zijn?’ Vraagt de juffrouw achter de toonbank vriendelijk.
De ogen van klant 666 struinen de vitrine af van links naar rechts en vice versa.
‘Wat een aanbod vandaag. Ik kan niet kiezen. Wat ligt daar links? Het ziet er niet zo appetijtelijk uit.’
Met een blik over de toonbank polst 666 de reactie van de juffrouw.
Geduldig wacht zij af. Lees verder…
Plaats van delict: Een eetcafé gelegen in een grote gekke stad in Nederland.
Tijdstip van delict: Zondagmiddag rond een uur of vier.
Situatieschets: Een kleine donkerharige lichtgetinte vrouw scant vanachter een donkerbruin gordijn de straat. Vertwijfeling slaat toe als ik haar mijn wijzerplaat toon en vriendelijk door de raam gebaar of ik en mijn gezelschap het eetcafé mogen binnentreden.
De vrouw verdwijnt vanachter het gordijn richting bar. Het lijkt alsof ze ons negeert. We besluiten even af te wachten. Het is vijf voor vier. Om vier uur gaat het eetcafé pas officieel open. Het is koud buiten.
Geheel onverwacht gaat het slot toch wat eerder van de grendel. Onze dank is groot en we huppelen een opgeruimde donkerbruine kroeg binnen. De gastvrouw verdwijnt naar de keuken en een jongeman komt onze bestelling opnemen.
Lees verder…
Het Wake-up Light verlicht langzaam de kamer; vogeltjes fluiten zacht een ochtendlied. Mijn droom eindigt in een boeddhistisch bos. Ik kijk op de Swatch. Het is 6.30 uur en ik spring van mijn Auping. Ik trek de Luxaflex met een ferme ruk omhoog. Het wordt een prachtige dag; de zon schijnt in mijn gezicht. Voordat ik naar het toilet ga schiet ik in mijn badstoffen Bader en Wehkamppantoffels. Ze voelen nog wat koud.
Lees verder…
Ik heb ze gelukkig nog allemaal. Twee keer vijf op een rij. Ongeschonden en goed onderhouden. Maar hoelang nog? En wat als ik met de belangrijkste tussen de deur kom? Ben ik dan nog wel te herkennen? Kom ik dan nog wel ergens binnen? Ik draag preventief handschoenen. Mijn vingers zijn me heilig. Ik moet ermee op internet, boodschappen doen, bankzaken regelen en binnenkort moet ik mij er ook standaard mee identificeren.
Lees verder…
Laatste reacties